vzw Herkenrode HERKENRODE vzw Vrienden van Herkenrode op Tuiltermolen
U bent nu hier: Home - Tuiltermolen - Historiek

 De  Tuiltermolen

         De molen van Tuilt werd reeds als banmolen(Een banmolen of dwangmolen, was een molen waar de naburige boeren verplicht waren hun graan te laten malen. Vaak waren deze molens eigendom van de plaatselijke heer of een andere hogere autoriteit, zoals een abdij) vernoemd in een oorkonde van 1083. De inwoners van Tuilt waren verplicht hun graan te laten malen in deze molen, die in 1213 door graaf Lodewijk II van Loon geschonken werd aan de abdij van Herkenrode. Waarschijnlijk was de molen met het omliggende grondgebied voordien in gebruik door een zekere Tegnon, leenman van de graaf.

In 1654 sloeg een troepenmacht van de Lorreinen een kamp op vlakbij de Tuiltermolen. Ze bevoorraadden zich met het graan uit de schuur van Herkenrode. In 1673 geraakten zo'n 300 Franse soldaten slaags met een burgerwacht aan de Tuiltermolen, de burgerwachten moesten het onderspit delven en de Tuiltermolen werd geplunderd en in brand gestoken.

Op een iconografische kaart (een ingekleurde tekening op papier, nadien op linnen gekleefd en zich bevindt in het Archief van het Bisdom Luik), in ca. 1780 opgemeten door landmeter Charles Le Comte, zijn de Tuiltermolen en omliggende gebouwen weergegeven als een belangrijke nederzetting met schans, schanshuis, vijvers, wegen , woningen en vele omheinde percelen.

In 1824 werden de bedrijfsgebouwen rond de Abdijmolen van Herkenrode door brand vernield. De daar gevestigde spinnerij werd overgebracht naar de Tuiltermolen.

De Bestendige Deputatie van de provincie Limburg keurde op 28 maart 1848 de vastgestelde pegelhoogte van 1,550 meter goed. De toenmalige eigenaar was Ulysse Claes, die ook de nog bestaande Herkenrodemolen van Kuringen bezat.
De Tuiltermolen werd in 1853 herbouwd na brand en werd een graan- en schorsmolen. Deze schorsmolen werd in 1882 afgeschaft, terwijl de graanmolen dan al ingericht werd als huis. De aanhorige stallen zijn in gebruik als opslagruimte voor de eigen werktuigen.

        De Tuiltermolen moest oorspronkelijk haar stuwkracht verkrijgen van een stuwmeertje, gevormd door een laagte rondom. Later lieten de cisterciënsers over een lengte van ongeveer 800 m een aftakking van de Demer graven om de molen meer stuwkracht te geven. Die aftakking met een breedte van 4m bij 1.5m diepte werd verwezenlijkt langs het bos 'Molendick'; er werd een dijk (dick) aangelegd die kon gebruikt worden als verbindingsweg tussen de molen en de abdij, want er bestond toen nog geen eigenlijke abdijmolen.

         Op 19.2.1797 werd de Tuiltermolen met 4 bunders (ca. 3ha 50) grond als 'zwart goed' voor 15.000 livres verkocht aan Pierre de Libotton.

Nadat op 12 juni 1826 brand was uitgebroken in de abdijkerk (vermoedelijk kwaad opzet), werd de kerk niet meer heropgebouwd. Tot dan had de voormalige abdijkerk gefungeerd als wolspinnerij en hierin werkte o.m. Jean Guillaume Deveux, samen met zijn broer Pierre.

Jean Guillaume Deveux (overgrootvader van Cyriel Briers) mocht na de brand op de Tuiltermolen gaan wonen, waar hij schorsmolder (het gemalen poeder diende om leer te looien) en landbouwer werd.

Volgens een volkse overlevering vormde de woonkern van de Tuiltermolen een aparte gemeenschap, de bewoners van deze molen werden vereenzelvigd als 'die van Tuilt' en wanneer de pachter-molenaar Jan heette, zei men gewoon 'Jan van Tuilt'.

         De molen zelf, die zijn rad en binnenwerk mist, is momenteel nog niet te bezoeken. Sinds 1998 is de Tuiltermolen eigendom van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, AMINAL, Afdeling Natuur, thans Agentschap Natuur en Bos. Deze dienst zal de Tuiltermolen gebruiken als logistiek centrum voor het natuurbeheer van de regio. Architect Willem Brankaer maakte in 2007 een ontwerp van een nieuw waterrad. De restauratievergunning is toegekend, zodat we ook hier binnen afzienbare tijd activiteit mogen verwachten.

 

 

In  het voorjaar 2012 starten al de herstellings- en verstevigingswerken aan de dijkmuren. Daar moet een waterturbine worden geïnstalleerd, die zal duurzame energie opwekken voor de Tuyltermolen. De indrukwekkende constructie zal ongetwijfeld ook een bijzondere toeristische attractie worden.

In een volgende fasen zullen ook de schuur en het molenhuis aan de beurt komen. Het sluitstuk is de plaatsing van een waterkrachtcentrale. De vzw Herkenrode zal ook de Tuiltermolen gebruiken als uitvalsbasis voor de promotie van Herkenrode en de bijhorende abdijproducten.

 

 

Terug naar boven