vzw Herkenrode HERKENRODE vzw Vrienden van Herkenrode op Tuiltermolen
U bent nu hier: Home

De 12de eeuw, gouden eeuw van de cisterciënzer beweging, inspiratie voor de 21ste eeuw, gouden eeuw voor Europa?

 

Wim Van Lishout

 

 

 

“Europa beleeft momenteel een diepe identiteitscrisis, die zo pijnlijk en vernederend aantoont hoe de grootse visie van weleer, die sterk gekoesterde droom, het gedurfde elan grotendeels verschrompeld zijn. Moeten wij ons niet opnieuw concreet de vraag stellen of de overweldigende dynamiek van de cisterciënzer beweging van de 12de eeuw ons niet zou kunnen inspireren om bij het begin van de 21ste eeuw een visionair en krachtig reveil tot stand te brengen voor een Europa dat verder bouwend op zijn rijke culturele verworvenheden, zich met een aanstekelijk zelfvertrouwen openstelt voor de toekomst!'

 

Zo stelde ik bij het begin van de algemene vergadering van het Europese Charter van Cisterciënzer Abdijen en Sites, die op 21 april 2006 plaatsvond op Herkenrode, voor het eerst de vraag of de cisterciënzer beweging van de 12de eeuw ons niet zou kunnen inspireren om bij het begin van de 21ste eeuw een nieuwe Europese dynamiek tot stand te brengen.

 

Vandaag 21 april 2008. dag op dag 2 jaar later, op het einde van deze merkwaardige reeks over de cisterciënzers, stel ik dezelfde these opnieuw en nodig ik u graag uit ze in overweging te nemen.

 

Daarbij zou ik niet willen vertrekken van een politieke, economische, sociale of welke andere invalshoek dan ook, maar vanuit een culturele achtergrond.

 

Als men de geschiedenis van het monnikendom bestudeert, geeft men zich ervan rekenschap dat, telkens als een nieuwe vorm van monastiek leven ontstaat of telkens als er een belangrijke hervor­ming plaatsvindt in het monachisme, dit gebeurd is telkens als monniken en monialen bijzonder aanwezig en aandachtig waren voor de cultuur van hun tijd en zij op nieuwe situaties nieuwe antwoorden gaven, die niet alleen golden voor henzelf, maar voor de hele kerk en heel de maat­schappij. (Armand Veilleux)

 

De cisterciënzers in de 12de eeuw bewijzen dat ten overvloede. Zij vestigden, overigens op verzoe­ken uit heel Europa, van de paus, koningen, bisschoppen enzovoort, tot ver buiten de eigen Bour­gondische grenzen, hun abdijen. Daarbij gingen de belangen en de politieke keuzes van hun orde boven die van de vorstendommen, waar ze aanwezig waren. In die zin, zoals Jean-François Leroux het schrijft, mogen zij worden beschouwd als de “wegbereiders van de Euro­pese eenheid".

 

In de waardenhiërarchie staan de culturele waarden hoger dan de economische, bevestigt José Manuel Barroso, bij het begin van zijn EU-voorzitterschap in 2004.

En ook paus Benedictus XVI beklemtoont voor de commissie van de Europese bisschoppencon­ferenties (COMECE) in 2007 dat Europa allereerst is "een historische, culturele en morele iden­titeit en pas dan een geografische, economische of politieke".

 

Zijn er raakvlakken tussen de 12de en de 21ste eeuw?

 

De 12de eeuw.

Het algemene pessimisme en de angst rond het jaar 1000 zijn verdwenen. Ook de grote honger­snood en het oorlogsgeweld zijn verminderd. De kerk, met vooral paus Gregorius Vll (1073-1085), heeft zich uit haar verval hersteld. De eenheid van Europa blijft behouden, dank zij het algemeen aanvaarde christelijke geloof, dat zijn plaats heeft gevonden in de feodale structuren. Overal worden abdijen oases van kennis en wetenschap, ook centra voor politieke macht en invloed, van pracht en praal. De nieuwe geest van zuiverheid in de ruimste betekenis van het woord, onder de bezielende figuur van Bernardus van Clairvaux zal echter de 12de eeuw bepa­len.

Het is ook de periode van de kruistochten. Ook in Spanje bepaalt de strijd tegen de opdringende Islam de politiek. De 12de eeuw tenslotte blijkt een klimaatsopwarming te hebben gekend, zodat de oogsten beter werden, nieuwe productiemethodes konden worden uitgetest, de levensom­standig­heden van de bevolking ook draaglijker werden.

 

De 21ste eeuw.

Ook nu verdwenen de angst en de onrust aan het einde van de vorige eeuw met de val van de Berlijnse muur en de implosie van het communisme. De algemene sfeer van ontspanning geeft vertrouwen. Vandaag groeit Europa naar zijn natuurlijke grenzen en beantwoordt steeds meer aan de configuratie, die Charles de Gaulle voor ogen had, als hij sprak over “l'Europe de l`Atlantique à l’Oural".

 

De kerkelijke macht uit de 12de eeuw is overgegaan in een zeker Europees gezag, dat de eenheid van de Unie belichaamt. Die eenheid wordt nog altijd bepaald door de westerse, christe­lijke fundamenten van toen, die de basis vormen van een algemene Europese cultuur. Ook nu weer is de Islam onder allerlei opzichten een nadrukkelijk aanwezig fenomeen, dat tot perma­nente spanningen en onrust leidt. En tenslotte, zoals in de 12de eeuw, maken wij een opwarming van het klimaat mee, Er worden nieuwe productiesystemen ontwikkeld. Overheden, gezagdra­gers, invloedrijke persoonlijkheden maar ook de gewone man en vrouw zijn zich steeds meer bewust van hun verantwoordelijkheid, onder meer ten aanzien van grote wereldproblemen. zoals honger, oorlog en geweld, milieu en dergelijke. De omstandigheden zijn dus opnieuw gunstig. ln Europa zijn grote structuren tot stand gekomen. De Schengen-akkoorden realiseren een Euro­pese ruimte. die wonderwel overeenkomt met degene, waar we de cisterciënzer abdijen van de 12de en 13de eeuw terugvinden. Er is een enorme kennistechnologie in volle ontwikkeling. De macht en de invloed van de communicatiemedia is onweerstaanbaar geworden. Tegenover het geduldige kopiëren in de 12de eeuw staat het razendsnelle verspreiden van ideeën en bood­schappen. Het aanvoelen dat wij op allerlei vlakken voor totaal nieuwe wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen staan, is manifest aanwezig.

De Europese Unie realiseert een politiek, sociaal en economisch stelsel, dat wereldwijd tot bewondering dwingt, ook tot afgunst aanzet.

 

En toch lukt het niet. Waarom niet? We kunnen het overal lezen:

We zijn met 27 lidstaten, maar er ontbreekt ons een inspirerende visie over waar we naartoe gaan. (Timothy Garton Ash, hoogleraar Europese Studies Oxford University, De Standaard 14-01-2008)

Het Europa van de 27 lidstaten is niet krachtig en gezond, niet optimistisch en gedreven, niet visionair of inspirerend. (Peter van der Meersch, hoofdredacteur De Standaard 26-03-2007)

Het is eigenlijk nog fundamenteler: de 27 lidstaten zijn het niet eens over wat eigenlijk de bedoe­ling is van Europa. Voor sommigen moet de Unie eerst werken aan een buitenlands beleid. Anderen zien in de migratievraagstukken de nieuwe uitdaging. Nog anderen willen prioritair een sociaal Europa. Er zijn lidstaten die het prima vinden, zoals het is: een vrijhandelszone met wat franjes. Er zijn ook landen voor wie het allemaal om het even is: als de subsidies maar toestro­men. Fransen en Nederlanders tenslotte weten het helemaal niet meer. (Hendrik Vos, politico­loog Universiteit Gent, De Standaard 23›03-07)

 

Kortom, wij missen inderdaad een bezielende, charismatische leidersfiguur met een inspirerende visie, een autoriteit, die, zoals Bernardus van Clairvaux in de 12de eeuw, vandaag opnieuw zou kunnen zorgen voor een “élan foudroyant" (Leon Pressouyre) in Europa bij het begin van de 21ste eeuw.

 

 

De cisterciënzers als inspiratiebron voor een nieuw elan in de Europese Unie

 

Een cultuur van de stilte.

 

De cisterciënzer spiritualiteit berust op twee basisbegrippen: eenzaamheid en armoede, die worden beleefd in de gemeenschap van de abdij. In de diepe bossen van het middeleeuwse West-Europa vonden de cisterciënzers “de uitgestrekte eenzaamheid” (Jean-François Leroux) die hen dierbaar was en waarin zij intens de stilte konden beleven.

 

Vanuit hun ervaring in de bossen, waar ze zich terugtrokken, ontdekten de cisterciënzers heel vlug de waarde daarvan boven de harde realiteit van elke dag.

Willem van Saint-Thierry, de eerste biograaf van Bemardus van Clairvaux, schreef zelfs: “Bernardus had nooit een ander meester dan de eiken en de beuken", beroemde zin, die de echo blijkt te zijn van een passage uit de brief die Bemardus in 1138 schreef aan de abt van Vauclair om hem te troosten, voor zover nodig, omdat hij studie en onderwijs had opgegeven: “Geloof in mijn ervaring. Je zal meer vinden in de bossen dan in de boeken. De bomen en de rotsen zullen je leren wat je van geen enkele meester kan leren".

 

Bemardus van Clairvaux moet heel sterk beïnvloed en geïnspireerd zijn geweest door de poëzie van de omgeving. De dichterlijke namen van de abdijstichtingen roepen die droomsfeer op: Clairvaux, Fontfroide. Fontenay, Valbonne ....

De mens van vandaag wordt echter op allerlei wijzen en omstandigheden overdonderd door lawaai.

 

Moeten wij niet trachten de stilte terug te vinden en ze ruimtelijk opnieuw actief creëren, in scholen en bedrijven, in de natuur, jongeren en volwassenen weer leren omgaan met de stilte. Stilte creëert rust, ontspant, ontstrest, wakkert ook de creativiteit aan, stilte laat toe te luisteren.

Bij het Europese Charter van Cisterciënzer Abdijen en Sites zijn zowat 160 abdijsites, die een culturele / toeristische bestemming hebben gekregen, aangesloten. Zij zouden het als een Euro­pese opdracht kunnen beschouwen rond hun vestigingen stiltegebieden te ontwikkelen, stiltebe­levingen en -trainingen te organiseren.

 

Ik was bijzonder geboeid door wat ik las in “Levenslessen van een abt" van Christopher Jamison over “Quiet Garden" (Stille tuin), de beweging die een Anglicaans priester in 1992 stichtte. Hij ijvert ervoor tuinen gratis open te stellen voor het publiek. Hij schrijft:

 

Tuinen zijn plekken van rust, waar mensen graag naartoe gaan om hun schoonheid, in combina­tie met de therapeutische eigenschappen van de stilte. De beweging markeert de natuurlijke kwaliteit van de stilte en de groeiende neiging van de mensen om die overal ter wereld te willen terugwinnen als onderdeel van hun leefomgeving.

 

En inderdaad, overal tijdens onze reizen vanuit Herkenrode “naar de bronnen van de cisterciën­zers", ontdekten we in de tuinen van de bezochte abdijen heerlijke stiltegebieden van klein en besloten tot weelderig open. Maar in welke stad in Europa zouden geen stilteparkjes en -parken kunnen aangelegd!

Ook de scoutsbeweging, die het kamp in de bossen als toppunt van haar jaarwerking beschouwt, zou ter zake een enorme dynamiek kunnen op gang brengen.

 

Elke mens zou via meditatie en contemplatie de weg moeten vinden naar een stille plek voor zichzelf. Tot die plek heeft interne noch externe onrust toegang. Wie met zijn stille plek in contact staat, voelt zich vrij om te reageren zonder dat het hem uitput, omdat er een gezonde afstand is tot alles. (Anselm Grün: Bezielend leidinggeven.)

 

De beschouwingen over de stilte mogen wij tenslotte zeker aanvullen met een bezinning over de waarde van dag en nacht.

De dagindeling van de cisterciënzers was strikt, maar leidde tot orde en rust, gaf evenwicht in de persoonlijke ontwikkeling, maar ook in de omgang met de anderen.

Misschien zou het bewust beleven van de waarde van dag en nacht van de cisterciënzers ook vandaag in politiek en zakenleven, in de maatschappelijke leefwereld van familie en ontspanning, kunnen aangemoedigd en gestimuleerd.

 

Een stiltebeweging voor Europa in het leven roepen, samen met iedereen die daarover ideeën hebben en willen actief zijn, het zou misschien een goede start zijn voor het bedoelde nieuwe elan.

 

Een cultuur van soberheid

 

Een tweede pijler van de cisterciënzer spiritualiteit in de 12de eeuw was hun leven in absolute armoede (geen privébezit). Het is een rijk onderwerp tot discussie. Waarom zoveel werken, als men zich toch sober wil kleden en voeden. Ook toen al bestond het gevaar van het winstbejag en het hele probleem van de relatie tussen productie en consumptie en het ontstaan van een consumptiemaatschappij, waarin men behoeften schept en zich afslooft om die te bevredigen. Het heeft uiteraard geen zin in de 21ste eeuw principes als ‘leven in armoede' te verdedigen als een deugd. De honger in de wereld is daarvoor een te groot onrecht.

 

Maar terug op zoek gaan naar de werkelijke betekenis van de soberheid die de cisterciënzers beleefden, is misschien wel de moeite waard voor een nieuw Europa, waarin kwaliteit voorop­staat. Soberheid is inderdaad niet tegen de principes van kwaliteit. De abdijen introduceerden toch een hele eet- en drinkcultuur.

 

Verantwoordelijken op allerlei niveaus en van allerlei disciplines zouden zich moeten bezinnen over de Europese eetcultuur, waarbij gezondheid prioritair is en streek- en seizoensproducten voorrang moeten krijgen, de lokale economie en landbouw moeten gepromoveerd, de mensen moeten leren duurzaam om te gaan met het milieu.

 

Zo stelt Alfred Strigl van de cisterciënzer abdij te Schlierbach in Oostenrijk het.

Het zou ook goed zijn dat wij allemaal ons zouden informeren over de PRONah-beweging in Oostenrijk, Zwitserland en Beieren. Zij pleit en ijvert ervoor dat de consument lokaal koopt.

En er is nog de Slow Food-beweging, gesticht in Parijs in 1989, en die staat voor alles wat fastfood, opwarmvoedsel of gemaksvoedsel niet is. Voorzitter en medestichter, Carlo Petrini, pleit voor een gezonde, natuurlijke en eerlijke voeding, tegen junkfood of “rotzooivoedsel", zoals Van Dale. het grootwoordenboek van de Nederlandse taal, het plastisch zegt. Momenteel is de beweging actief in 130 landen en telt ± 86.000 actieve leden. De beweging werkt met CONV|VlA, lokale afdelingen die activiteiten rond smaakopvoeding organiseren. Zouden dergelijke en evt. andere gelijkaardige bewegingen niet kunnen uitgebouwd tot een algemene Europese visie, die zou kunnen worden verspreid via scholen, bedrijven, sociale en vrijetijdsorganisaties voor volwassenen, en jeugdbewegingen, (In ons land zijn er blijkbaar 11 convivia actief.)

Daartegenover staat het wereldprobleem van de armoede en de honger.

 

Naar een economie van het geven

 

Toevallig las ik ergens een artikel over “de economie van het geven".

Het is niet mogelijk in deze bijdrage dieper op de zaak in te gaan, maar het zou verrijkend zijn zo de Europeanen een debat zouden opzetten over de economie van het geven, die zou staan tegenover de economie van het krijgen onder allerlei vormen.

 

Werken is bestemd om te voldoen aan een tweeledige noodzaak: het verwerven van ons dage­lijks brood en de mogelijkheid hebben om de behoeftigen iets te geven.

Miljoenen mensen in de wereld leven in armoede. Bemardus van Clairvaux stelde alles wat hij wilde bereiken en wat hij deed, in het teken van de zuiverheid in de ruimste betekenis van het woord. Voor hem was de eerste vorm van zuiverheid het opkomen voor de armen, die nog altijd voor hun voedsel moesten vechten.

Het hoorde tot de grote opdrachten van de abten ervoor te zorgen dat dagelijks brood werd bedeeld aan de hongerende boeren, die kwamen bedelen aan de poorten van de abdijen. Hij schrijft:

 

De kerk floreert aan alle kanten, maar de armen hebben honger. De muren van de kerk zijn bedekt met goud, maar de kinderen van de kerk lopen naakt rond. Om Godswil, als u zich niet schaamt om zoveel dwaasheid, betreur dan tenminste zulke grote uitgaven!

 

Ook vandaag nog is de honger een wereldprobleem en bedelen hongerende mensen aan de poorten van het rijke Europa. “Als de voedselprijzen blijven stijgen. zoals vandaag, zullen de gevolgen verschrikkelijk zijn. Honderdduizenden mensen zullen verhongeren!" (Topman van het Internationaal Monetair Fonds, Dominique Strauss-Kahn, De Standaard, 14-04-08). In dezelfde krant vraagt Dirk Barrez zich af: “Kan iemand trouwens uitleggen waarom wij wel verplicht olievoorraden aanleggen, maar geen voedselvoorraden!"

 

In de zuivere cisterciënzer traditie van landontginning en -ontwikkeling, water- en bosbeheer, zou het nieuwe Europa groepen van specialisten en technici kunnen samenstellen, betalen en uitzenden (geven) om wereldwijd de lokale overheden tot een landbouwpolitiek te dwingen ten bate van hun eigen bevolking, zodat de welvaart in alle landen beter verdeeld geraakt.

 

Een hoofse cultuur

 

In het Europa van de 12de en 13de eeuw doen zich ontwikkelingen voor, die de samenleving op ingrijpende wijze veranderen. De cisterciënzers nemen er actief aan deel. Dankzij verbeterde landbouwtechnieken is er meer voedsel beschikbaar. De algemene welvaart stijgt. De bevolking groeit aan. Geleidelijk aan neemt de geldeconomie de plaats in van de ruilhandel. Steden komen tot ontwikkeling. De eerste universiteiten worden gesticht. De adellijke hoven worden bestuurs­centra met een duidelijke culturele toegevoegde waarde. De adel krijgt immers meer tijd om zich bezig te houden met de aangename dingen van het leven. Tijdens de kruistochten raakten velen onder de indruk van de Arabische cultuur die inzake een verfijnd levensgenieten veel verder was gevorderd dan in Europa.

 

Zo ontstaat. eerst aan de Franse hoven, maar dan uitdeinend, een levensstijl met gecultiveerde omgangsvormen, een hoofse cultuur, die vanuit de adellijke elite snel norm wordt in de bredere lagen van de samenleving. De literatuur speelt een belangrijke rol bij de verspreiding van die hoofsheid. De liederen en de Eneasroman van Hendrik van Veldeke zijn vroege voorbeelden ervan.

 

Bernardus van Clairvaux begreep zeer goed dat zijn tijd werd bepaald door de opkomst van “een nieuw sentiment. dat voortkwam uit de ontdekking van de wereldse liefde en vooral die voor de vrouw". (J.F. Leroux). Dat thema van de liefde behandelde hij overigens op een buitengewone wijze in zijn reeks van 86 preken over het Hooglied.

Wij moeten ons de vraag stellen of wij niet dringend terug moeten naar een cultuur van hoofse omgangsvormen, naar een educatie tot hoofsheid, tegenover de algemeen om zich heen grijpende verloedering en verruwing van de zeden, normvervaging, brutaal geweld in onze samenleving.

 

Dat daarbij het gegeven van de gelijkwaardigheid van man en vrouw in de omgang en de liefde een absolute prioriteit mag zijn, is evident met thema's als de onderdrukking van de vrouw in lIslamlanden, het seksuele misbruik van de vrouw in Afrika en de vrouw als lustobject in de westerse wereld. Het Hooglied van Koning Salomo zou, zoals het Bernardus van Clairvaux inspi­reerde, ook voor ons een uitgangsbasis kunnen vormen.

 

Een cultuur van de gastvrijheid

 

In een hoofse cultuur heeft de gastvrijheid wel een bijzondere betekenis.

Uiteraard wekte de rijkdom die de cisterciënzers vanuit hun abdijen opbouwden, jaloersheid en kritiek. Toch bleek men algemeen bewondering en respect te hebben voor hun beleven van de gastvrijheid. Bisschop Gerard van Wales stelt in 1188 de hebberigheid van de cisterciënzers al aan de kaak, maar tezelfdertijd erkent hij: "Hun deur is nooit gesloten en in hun gastvrijheid voor vreemdelingen overtreffen zij alle andere religieuze ordes."

 

De gastvrijheid met de beleving ervan is voor de Europeanen van de Unie vandaag zeker een van de belangrijkste en meest dringende bezinningsthema's. Het voorbeeld van de cisterciënzers strekt absoluut tot navolging. Alleen is de situatie van de 12de eeuw niet meer te vergelijken met de 21ste eeuw. De migratie is een mondiaal fenomeen en probleem geworden. Hoe dan ook zal er op een tweevoudig niveau dienen geopereerd, enerzijds dat van de interpretatie die de Euro­peanen willen geven aan het begrip van de gastvrijheid, die er zeker een zal zijn, waarbij cultu­rele waarden en normen bovenaan staan, anderzijds dat van de strijd tegen dictatoriale en misdadige regimes, fanatisme, onderontwikkeling, armoede, honger en ziekten, zodat hele bevolkingsgroepen niet meer hoeven om te komen of gedwongen worden te vluchten. Het zullen culturele en sociale organisaties over heel Europa moeten zijn, die het thema van de gastvrijheid tegenover "de vreemdelingen" in een gemeenschappelijke beweging en actie op het publieke forum brengen.

 

Het Europese Charter van Cisterciënzer Abdijen en Sites zou daarbij een stimulerende en beïnvloedende rol kunnen spelen via zijn jaarlijkse algemene vergadering. Opnieuw de bezie­lende en overtuigende stem van Bernardus van Clairvaux laten horen! Een opdracht van formaat!

 

De cisterciënzer architectuur: een permanent eerbetoon aan de functionali­teit.

 

Binnen het bestek van deze uiteenzetting is er, helaas, niet voldoende ruimte om ons ook af te vragen of de cisterciënzer architectuur van de 12de eeuw, gebaseerd op het functionele bouw­programma van Bemardus van Clainraux, onze bouwmeesters, ingenieurs en architecten, stedenbouwkundigen, overheden en besturen van de 21ste eeuw zou kunnen inspireren tot een eigen Europese esthetiek en vormgeving, waarbij de functionaliteit het uitgangsprincipe zou zijn.

 

Het functionalisme is een stroming in de architectuur, die inhoudt dat de constructie en het uiter­lijke van een gebouw worden bepaald door zijn functie, het doel, waarvoor het werd geconcipi­eerd. De schoonheid van een gebouw is gelegen in zijn functie, niet in de versieringen die men op de gevels aanbrengt. De structuur van het gebouw is de werkelijk zichtbare versiering van de architectuur. Het is omdat de cisterciënzers meer dan een eeuw lang die absolute soberheid volhielden in hun bouwwerken, dat die ook vandaag nog die opvallende moderniteit uitstralen, waarvan Le Corbusier zo onder de indruk was.

 

Zouden de leden van het Europese Charter van Cisterciënzer Abdijen en Sites op dat vlak geen initiatief kunnen nemen en overal in Europa, waar zij actief zijn, samen met architecten, bouw­meesters, opleidingsverantwoordelijken, enzovoort, ruim opgezette symposia en fora kunnen organiseren over de functionaliteit van de cisterciënzer architectuur uit de 12de eeuw en de toepasbaarheid ervan bij de creatie van “la ville radieuse" (Le Corbusier) voor deze tijd, waarbij de mens in zijn samenleving van buurt, wijk en gemeente centraal zou staan.

 

De cisterciënzer autarkie als economische macht

 

Ook daarover zouden we het nog moeten gehad hebben. Het cisterciënzer domein, zoals gewild door de stichters, was in oorsprong een grondgebied, dat een kloostergemeenschap moest toelaten, zij het sober en eenvoudig, zelfvoorzienend (autarkisch) te leven. Dat kon gebeuren door het ontginnen en renderend maken van gronden. Omdat de cisterciënzers echter zeer armoedig leefden, zaten ze al vlug met een overproductie, die op de markt werd geruild. Met de groeiende steden in de 13de eeuw werd zo hun handel winstgevend. De periode tussen 1150 en 1250 kent een bloeiende cisterciënzer economie.

 

In het algemeen waren de witte monniken niet de uitvinders van de nieuwe technieken. Hun talent lag erin dat zij de vernieuwingen van hun tijd op grote schaal konden toepassen en in staat waren een doelmatige organisatie in het leven te roepen op de plaatsen waar geproduceerd werd, Bovendien hadden zij een echt beleid voor de middellange en lange termijn opgezet voor de bevoorradingen en de afzet. (J,F. Leroux)

 

Het boeiende verhaal van de cisterciënzer autarkie zou ook Europa vandaag kunnen inspireren tot een toekomstgerichte, economische, autarkisch gerichte aanpak.

Energie en milieu zouden de basisthema's kunnen zijn voor een gedurfde, vooruitziende EU-politiek, die creatief wetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten, hogescholen en gespeci­aliseerde instituten stimuleert en financieel ook mogelijk maakt, die experimentele technieken en toepassingen in industrie en landbouw actief ondersteunt. Slechts een paar voorbeelden: moet de EU importeur blijven van fossiele brandstoffen en de luchtvervuiling in stand houden of kan zij resoluut gaan nadenken over biobrandstoffen, die de enige echte lokale brandstoffen zijn.

Moeten we energie uit zon, wind en water als systemen in de marge blijven behandelen of kan het ook anders?

 

De cisterciënzers werden uit noodzaak waterbouwspecialisten. De vestiging van hun abdijen in waterrijke valleien en dalen, dwongen ze wel daartoe. Een groots aangepakte waterhuishou­dingspolltiek voor Europa zou niet alleen voor de eigen bevolking een weldaad zijn, maar als voorbeeld kunnen dienen voor heel de wereld en speciaal voor de ontwikkelingslanden. Hetzelfde geldt voor het bosbaleid dat de cisterciënzers voerden. Ze ontgonnen liever waterzieke gronden en moerassen, heide of braakliggend veld dan hun bossen. Hun houtkapbeleid stond blijkbaar zelfs model voor de wetgeving ter bescherming van het bos, zoals die van de beroemde Franse minister Colbert onder Lodewijk XIV. Opnieuw zouden de cisterciënzers ons kunnen inspireren in de opbouw van een autarkisch gericht Europa, met name voor een gezonde zelfvoorziening en tegen een misdadige roofbouw. Ook op dit vlak zou het Charter met zijn cisterciënzer inspiratie stimulerend kunnen optreden.

 

Tot slot een eerste bezinningstekst: de nieuwe monnik

 

De tekst bestaat uit twee fragmenten uit het werk Eloge du simple: Le moine comme arche-

type universel (Albin Michel,1995).

Geboren:1918. Moeder: Catalaanse bourgeoisie. Vader: hoge kaste in Zuid-Indië.

Studies: in een Jezuïetencollege, studeerde daarna scheikunde en filosofie en katholieke theolo­gie te Madrid en Rome. Doctoraten in filosofie, wetenschappen, theologie. Werd in 1946 priester gewijd. Vertrok in 1953 naar Indië en engageerde zich in de Hindoe-Christelijke dialoog. Was daarna professor te Harvard en Santa Barbara in Califomië. Hij leeft in de buurt van Barcelona. Hij huwde, maar bleef ook nadien als katholiek priester actief en als deskundige in religieuze comparatieve filosofie.

 

Het monachisme is een fenomeen dat algemeen menselijk en religieus is. Dit fenomeen gaat zelfs vooraf aan het feit van christen, boeddhist of wereldling zijn. (Eloge du simple, p. 31)

 

De nieuwe monnik is de man of vrouw die al dezen vertegenwoordigt die er zelfs helemaal niet van dromen om in een traditioneel instituut voor monniken in te treden, maar die zich wel aange­trokken voelen door een leven dat men zou kunnen omschrijven als monastiek. Zij zijn het die metterdaad nieuwe bewegingen hebben gesticht, nieuwe religies, nieuwe levenshoudingen, en die vaak weer oude voorbeelden tot nieuw leven hebben gewekt. Samenvattend kan men zeggen dat de nieuwe monnik een anonieme mens is, die zich tot tolk maakt van de aspiraties van velen, waaronder ook zijn oudere leeftijdgenoten. De nieuwe monnik is een ideaalbeeld, een streven dat leeft in de geest en het hart van generaties tijdgenoten. Ik heb deze nieuwe monnik ontmoet onder de armen en de rijken, in het Oosten en in het Westen, evengoed bij gelovigen als bij niet-gelovigen, Zowel mannen als vrouwen heb ik ontmoet die bezield waren van dezelfde geest, en ik heb hen aan het werk gezien, zowel in seculiere instituten als in religieuze organisa­ties. De nieuwe monnik is zich daar zelf nog niet van bewust, en de leerling weet nog niet dat hij de meester reeds volgt. Deze nieuwe monnik ontmoet men in de sloppenwijken, op pleinen en markten, in de straten, in de bergen en de dalen, en zelfs in de schoollokalen, in de burelen en in de zalen van de moderne samenleving. Men ziet hem ook vaak leven in oude kloosters. Zijn voornaam is talloos, zijn naam is onvoldaanheid ten overstaan van het status-quo, maar zijn oorsprong is al even mysterieus als de bronnen van de rivieren: ze ontstaan op eender welke helling en eender welke glooiing, omdat het geregend heeft, en het heeft veel geregend op de aarde, en er drijven altijd zoveel wolken aan de hemel... (Idem p.51)

 

Postscriptum

 

Ik was maar de eenvoudige kopiist van teksten, die wijze en deskundige auteurs, monnik, weten­schapsjournalist enz. schreven. Ik vond ze in boeken en allerlei publicaties, kranten, tijdschriften en bladen, op het internet. Met gretigheid las ik ze, herlas ze dikwijls, verzamelde ze en bracht ze samen. Daaruit groeide de idee en de inhoud voor de these, die ik tot slot van de reeks over de cisterciënzers, Herkenrode 2007 - 2008, mocht voorstellen. Is het naïef vanuit de diepe wortels van onze Europese cultuur naar een nieuw Europa te willen groeien?

Ik weet het niet.

ln de 12de eeuw volstond een man...

Alleszins hoop ik dat de tekst, hoe onvolmaakt ook, zou kunnen leiden tot een ruime bezinning en discussie over de gestelde vraag.